Onbekend Noord-Nederlands, Vlootschouw op de rede van Enkhuizen, olieverf op paneel, 94,0 x 146,5 cm, niet gesigneerd, 1614, Gemeente Enkhuizen.

Op 29 juli 1614 werd Enkhuizen bezocht door Prins Maurits, stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, samen met zijn broer Frederik Hendrik. De vlag van de stadhouder wappert aan de mast van het schip op de voorgrond. Saluutschoten worden afgevuurd ter ere van dit hoge bezoek. Enkhuizen was een oranjegezinde stad: als eerste stad in West-Friesland en het Noorderkwartier koos het in 1572, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, de zijde van Willem van Oranje tegen de Spanjaarden.

Het paneel bestaat uit vier horizontale planken. De planken zijn ooit los geweest en op grove wijze weer gelijmd. Bij het herlijmen is in de tweede en derde naad van boven een latje ingevoegd. Deze voeglatten zijn grotendeels kaal gelaten, hier en daar slechts licht geretoucheerd. Bij de tweede plank van onderen is geheel rechts een stuk hout ingezet ter breedte van de plank en ca. 10 cm lang. Dit ingezette stuk is onbedekt gelaten. Hier en daar zitten oude, gelijmde, barsten. Er zijn reeksen oude spijkers in het paneel aanwezig (door en door geslagen), waarschijnlijk restanten van een oude bevestiging.
De leesbaarheid van de voorstelling werd ernstig gehinderd door het grote aantal grotere en kleinere lacunes ten gevolge van ernstig oud verfverlies en de dikke laag erg vergeelde vernis. Linksboven in de lucht was kennelijk een aanzet tot schoonmaken gedaan. Van oude retouches was niet of nauwelijks sprake, wat vrij uitzonderlijk is. Volgens de voorhanden zijnde documentatie is het schilderij in 1990 oppervlakkig gereinigd en gevernist.
De splinterige zijkanten, de allesbehalve rechte bovenkant (zo werden panelen niet door de paneelmaker afgeleverd!) en de bij de randen ongebruikelijke afsnijdingen van de voorstelling doen veronderstellen dat het paneel oorspronkelijk groter geweest is.

Bij de behandeling is de verflaag gecontroleerd op loskomende verf en is deze waar nodig geconsolideerd. De oude spijkers zijn, als historische getuigenissen, gehandhaafd.
De oude vernis is afgenomen. De lacunes zijn gevuld. Vervolgens is er geretoucheerd, erg veel geretoucheerd. In overleg met de opdrachtgever is besloten niet alleen de tussenlatten in de voorstelling te integreren, maar ook het ingezette stuk. Dit stuk kaal laten zou de leesbaarheid en het ritme van de voorstelling alsnog storen, was het idee. Het is ingeschilderd met een vorm die het meest plausibel was gezien wat er aan schildering om dit ingezette stuk heen aanwezig was (mast, zeilen).
Er is zo integrerend als mogelijk geretoucheerd, de kale tussenlatten en alle lacunes en sleetse plekken, met alle details die daarbij gereconstrueerd konden worden doordat de resten tijdens het retoucheerproces weer iets leesbaars opleverden. (Dat blijft, ook voor mij, nog steeds iets opmerkelijks: het ziet er hopeloos uit, je begint de kleinste, eenvoudigste lacunes in te vullen en vervolgens blijkt er een vorm te ontstaan die eerst niet te onderscheiden was, die weer houvast geeft voor de volgende stap, en uiteindelijk is er weer een heel schip zichtbaar). Slechts op enkele plekken zijn de lacunes alleen maar ontstoord en is afgezien van reconstructie, omdat wat er nog aanwezig en zichtbaar was te weinig houvast bood om er in alle eerlijkheid iets van te maken.

Overigens is dit typisch zo'n schilderij is dat eigenlijk nooit klaar is. Het lastige met dit soort schilderijen is de balans te vinden tussen nog weer verder doorgaan en wat het schilderij daarmee nog wint. Het is een oud schilderij, gepokt en gemazeld door de tijd, en dat zal het altijd blijven, en dat moet het ook blijven. Het is nu weer een leesbaar en genietbaar schilderij.